75 jaar 40 – 45 – oorlogsquarantaine – Scheveningen

dam-speech

75 jaar 40 – 45 – oorlogsquarantaine – Scheveningen

Goeie toespraak, van die Alexander. Maar wel een raar gezicht, dat lege plein.

Pa volgt de dodenherdenking op televisie. Elk jaar, slaat ie nooit over. Ook nu niet, tijdens de corona-crisis, waarin alles anders is. Ik bel hem na afloop. Gespreksstof genoeg; ook na 75 jaar leeft de oorlog in zijn herinneringen.

Ik ben later met mijn moeder en vader een paar keer mee geweest naar die herdenking op de Waalsdorpervlakte. Heel indrukwekkend, liep je met al die mensen langs die klok.  Is nu ook weer uitgezonden, toch?

Ja Pa, maar ook daar zijn er geen mensen bij. Het is net zo stil als op de Dam.

Oh ja, dat stomme macaroni virus.

Ik vraag hem naar zijn eigen herinneringen aan de bevrijding. Hij was net 15, maakte het bewust mee.

Scheveningen was toen SperrGebiet. Bijna iedereen was weggestuurd in de laatste oorlogsjaren. De moffen dachten dat de geallieerden bij ons op strand zouden landen. Alleen een paar families moesten blijven, omdat ze een nuttig beroep hadden. Mijn vader, jouw Opa dus, ook.

De laatste twee oorlogsjaren beleefde Pa dus in een soort oorlogsquarantaine.

Was best spannend. Overal lege straten, lege huizen, er was niemand. Mijn broertje en ik schooierden heel wat af. Je vond allerlei spullen, eten soms, en brandstof, kolen, voor de kachel. We sloopten schuttingen in de tuinen, houten planken. Je moest wel uitkijken voor Duitsers, want als ze je pakten, was je de sigaar.

De bevrijding verliep – volgens Pa – eigenlijk heel geleidelijk.

De Duitsers wisten op het eind ook wel dat het verloren was. De meeste van die gasten wilden hier helemaal niet zijn. Die wilden naar huis. Je zag ze voorbij komen. Stille aftocht, lopend, fietsend…
Eén keer stopte een Duitser bij ons voor de deur. Die was met paard en wagen…

Paard en wagen, Pa?

Ja, want kijk, die bunkers in de duinen werden bevoorraad met paard en wagen. Dat was het handigst, door het zand en zo.

Dat was een snippertje nieuwe informatie, voor mij. Als  inkijkje in het dagelijks reilen en zeilen in oorlogstijd.  Pa vertelt intussen verder.

Mijn moeder of vader, ik weet  niet meer precies, had met die man te doen, en bood hem wat water aan, of zo. Maar dat wilde hij niet, niet voor hem zelf in elk geval. Wel voor zijn paard.
‘Mein Pferd bitte,’ Ik hoor het hem nog zeggen.

Misschien dat Pa zo wil zeggen, dat Duitsers ook gevoel hadden. Zeker is dat de grens tussen goed of fout zich nooit iets aantrekt van nationaliteit. Ook medelanders maakten toen soms onbegrijpelijke keuzes.
Pa vertelt op de valreep nog een herinnering die dat illustreert. Het gebeurde tegen de optrekkende nevelen pal na de bevrijding. Het leven krabbelde weer op, ook in Den Haag, en Scheveningen.

Wij woonden nog in het oude SperrGebiet. Die woningen waren van een grote aannemersfamilie. Op een middag staat de zoon van de eigenaar voor de deur. Mijn moeder deed open. Die kerel kwam verhaal halen. Hij had gehoord dat wij – mijn broertje en ik dus – van alles hadden meegenomen uit hun woningen. Dat wij zijn schuttingen hadden gesloopt en …

Moeder keek hem strak aan. En zei toen, met haar handen in de zij: ‘Oh ja, meneer. Is dat zo? Goh,… Maar eh, u bent toch van dat bedrijf dat in onze duinen die bunkers heeft gebouwd? Voor de Duitsers? Daar hebben jullie toch aardig aan verdiend?
Die man werd toen heel klein, viel bijna stil. Hij zei alleen nog… ‘Daar gaan we het niet over hebben…!’
En zo ging hij weg, we hebben er nooit meer iets van gehoord.oma-petronella-van-der-harst-bal

Hij vertelt deze anekdote niet voor het eerst. Maar hij is consistent in het verhaal. En elke keer hoor ik in zijn stem  de bewondering van een jonge tiener voor zijn moeder.

Nou ja, we gaan elkaar groeten.
Goed Pa. Bedankt voor je verhaal.

In gedachten zie ik mijn oma voor me. In haar klassieke Scheveningse klederdracht.

Een oma om trots op te zijn.

(c)

Bart C van der Harst, 5 mei 2020

No Comment

1

Sorry, the comment form is closed at this time.